Zijn we nou helemaal gek geworden?

Het lijkt erop dat een groot deel van de psychiatrie verwikkeld is in een welles-nietes discussie over de prognose, diagnostiek, naamgeving, stigmatisering en zelfs het bestaan van schizofrenie. Terwijl een aantal psychiaters druk bezig is met medestanders te vinden voor hun campagne, wil ik graag even de aandacht vestigen op de mensen waar het allemaal over gaat:

Aafje: Aafje was opgenomen op de gesloten afdeling in Drachten. Aafje stond bijna elke avond huilend voor de deur, ze wilde zo graag naar huis, want ze miste haar kinderen. Maar Aafje had een IBS en mocht er niet uit. Waarom weet ik niet, het enige wat ik zag is dat ze elke avond kapot ging aan het gemis van haar kinderen en man.

Sandra: Hoewel ik maar een paar keer gezien heb zal ik haar nooit vergeten. Toen ik 16 was, was ik opgenomen op de gesloten jeugdafdeling in het AMC. Daar zat Sandra ook, in de separeer. Ze zat er al maanden toen ik kwam en ze zat er nog toen ik vijf weken later met ontslag ging. Regelmatig ging het alarm af omdat ze stond te schreeuwen in de separeer. Ik hoorde haar elke dag, maar vooral ’s nachts, door de intercom praten, huilen, gillen en dingen kapot maken. Ik zag de verpleging grote hoeveelheden medicijnen voor haar klaarmaken en paniekerig af een aan rennen om die toe te dienen. Ik zag haar ouders bijna elke avond op de afdeling voordat ze bij haar op bezoek gingen. Ik hoorde de overdrachten en zag de bezorgdheid. Pas na een paar weken zag ik Sandra in het echt. Ik had door alle indrukken al een beeld van haar gecreëerd, het was vast een grote, agressieve en angstaanjagende vrouw. Maar nee, Sandra was een klein, wanhopig meisje met een heel angstige blik. Ze had iets liefs en toen ik haar zag, wou ik haar een knuffel geven en geruststellen. Waarom werd zij met zoveel dwang en drang behandeld? Kon het echt niet anders? Ik zal het nooit weten. Via mijn moeder (die contact heeft gehad met de moeder van Sandra) weet ik dat ze naar een ander ziekenhuis is overgeplaatst en daar gelukkig niet meer werd gesepareerd. Maar ook heb ik gehoord dat ze later op een psychiatrische afdeling verkracht is door een andere patiënt. Sandra, ik kan je stem en je wanhopige blik maar niet vergeten, ik hoop dat het nu goed met je gaat.

Mike: Mike was een knappe, lieve jongen van net negentien. Toen hij binnenkwam op onze afdeling was hij op een missie; hij was gezonden door Jezus om alle mensen te genezen. Hij nam dit erg serieus en citeerde de hele dag de bijbel, sprak in tongen en de halleluja’s en amen’s galmden over de afdeling. Totdat ook bij hem de antipsychotica gingen werken. Toen veranderde Mike in een stille jongen, al zijn energie was verdwenen en hij sliep meestal. Hij kon niet meer uit zijn woorden komen en kwijlde, bijwerkingen van de medicijnen. Eerlijk gezegd vond ik hem leuker toen hij nog ‘gek’ was, maar ik wist dat dit beter was. Ik hoop dat het voor Mike bij deze ene psychose is gebleven en dat hij op een dag geen antipsychotica meer nodig heeft om psychosevrij te blijven.

Fatima: Fatima heb ik ook ontmoet in het AMC, een klein, gesluierd meisje met grote daden. Fatima zat er al lang, iets te lang naar haar zin, en daarom probeerde ze wanneer ze kon te ontsnappen. Echt waar, weglopen was een dagelijkse sport voor Fatima, geen minuut kom ze zonder toezicht of ze was weg. Sommige ontsnappingen waren niet zo spectaculair, maar een aantal kunnen zo een James Bond film in! Zo heeft Fatima tijdens een middagdutje in haar eentje een heel groot, zwaar dubbelglas raam eruit geschroefd en is ze over een vier meter hoge muur geklommen. De verpleegkundige die achter haar aan rende was iets minder vaardig en brak daarbij haar enkel. Een paar dagen later werd ze door de politie weer terug gebracht. Toen mijn opname daar ten einde liep, besloot de verpleging Fatima ook naar huis te laten gaan. Na meer dan een half jaar heeft eindelijk een psychiater begrepen dat Fatima liever thuis was dan in het ziekenhuis.

Henk: Ik heb Henk (52) ontmoet op de afdeling langdurige zorg in Heerenveen. Eerst dacht ik dat langdurige zorg betekende dat je er langdurig zorg kan krijgen, maar inmiddels weet ik dat dat niet klopt. Langdurige zorg betekent gewoon dat alles lang duurt, heel lang… Henk was een draaideurpatiënt met een cv waar de gemiddelde patiënt niet aan kan tippen. Tussen de opnames door ging het steeds weer slecht met Henk en kwam hij op straat terecht. Hij was nu weer opgenomen en stond op de wachtlijst voor een beschermde woonplek. En je raad het al, dat duurde lang, heel lang. De meeste projecten waarvoor hij in aanmerking kwam moesten nog gebouwd worden en met een beetje pech werden de bouwplannen weer afgewezen wegens bezuinigingen. Om de tijd te doden maakte Henk schilderijen. Bij gebrek aan talent kocht hij plaatjes van ‘schilderen op nummer’, kleurde die in en verkocht deze weer op Marktplaats om een zakcentje bij te verdienen. Buiten deze lucratieve handel om had hij niets te doen en zocht daarom ruzie met iedereen. Hem schreeuwend en tierend over de gang horen lopen, werd een vertrouwd geluid voor mij. Henk deed stoer en had een grote bek, maar ook hij was ook bang, merkte ik later. Hij was gedwongen opgenomen met een Rechterlijke Machtiging (RM) en deze liep af. Wanneer de rechter zou besluiten zijn RM niet te verlengen, zou Henk zijn relatief veilige plekje op de afdeling kwijtraken en weer moeten zwerven. De week voor de zitting ging het steeds slechter met Henk, hij stopte zelfs met mensen uitdagen. Maar gelukkig besloot de rechter om de RM met een half jaar te verlengen en toen ik hoorde hoe Henk van opluchting z’n advocaat uitschold, wist ik dat het weer goed met hem ging. Henk, ik hoop dat je inmiddels buiten het ziekenhuis een veilig plekje heb gevonden om te wonen.

Peter: Op bijna alle afdeling ontmoette ik mensen met littekens op hun armen of striemen in hun nek, meestal het gevolg van een mislukte zelfmoordpoging. Zo ook Peter. Maar Peter had het wel heel bont gemaakt. Zijn polsen waren er zo erg aan toe dat beide armen in het gips waren gezet en om zijn nek zat een dik verband. Hij leek niet depressief, was niet somber of afwezig, maar juist aardig en vrolijk, haast de gezelligste van de hele afdeling. Daarbij was hij ook nog knap en had een vrouw, een baan en twee kinderen. Hoewel hij er vast een goede reden voor zou hebben gehad om zichzelf zo toe te takelen, kan ik maar niet begrijpen waarom.

Femke: Woorden tekort om Femke te omschrijven! In de vier weken dat zij mijn ‘buurvrouw’ was op de afdeling ben ik echt van haar gaan houden. Ik weet niet waarom ik haar zo graag mocht. Bijna iedereen, zowel patiënten als verpleegkundigen, wisten niet wat ze met haar aan moesten. Maar ik begreep haar, denk ik. Ik begreep waarom ze zo gek deed, waarom ze haar ouders elke avond verrot schold, waarom ze zichzelf pijn deed, waarom ze halve dagen deed alsof ze bewusteloos was en waarom ze op haar verjaardag, toen ze eindelijk sinds lange tijd weer eens naar buiten mocht, in de eerste de beste sloot sprong. De lach op haar gezicht toen ze zeiknat en onder het kroos naar binnen werd gebracht, sprak boekdelen. Femke was al heel vaak en lang opgenomen geweest. Waar ik altijd naar huis kon als het op een afdeling uit de hand liep, moest zij blijven. Waar mijn ouders nuchter waren en van me verwachtten dat ik me, hoe ziek ik ook was, wel fatsoenlijk bleef gedragen, gingen haar ouders mee in het drama en zaten elke dag op de gang wanhopig te bidden voor hun doorgedraaide dochter. Femke, wat had ik je graag mee naar huis genomen toen ik met ontslag ging. Maar ik vrees dat jij nu nog steeds opgenomen bent, ergens op een longstayafdeling. Lieve, gekke Femke, ik ga jou nooit vergeten!

De namen van Aafje, Sandra, Mike, Fatima, Henk, Peter en Femke heb ik zelf bedacht i.v.m. privacy. Maar de personen zijn echt en heb ik leren kennen tijdens mijn opnames. Vaak moet ik terug denken aan al die mensen met wie ik samen opgenomen ben geweest, soms met een glimlach, maar meestal met een traan. Hoe gaat het nu met hen? Hebben ze net zoveel geluk gehad als ik? Ik kan het alleen maar hopen.

Als de psychiatrie zich nou eens wat minder druk maakt om zaken als naamgeving, stigma en andere blablabla. Als alle kennis en energie nou eens gebruikt wordt om de kwaliteit van leven te verbeteren voor iedereen met een psychiatrische aandoening. Als er nou eens meer onderzoek gedaan wordt naar de oorzaak en behandeling van psychiatrische ziekten. Wie weet kunnen we dan in de toekomst allemaal zeggen: ‘Schizofrenie bestaat niet’!

7 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *