Eenzaamheid nader verklaard

Vaak ben ik eenzaam, maar waarom eigenlijk? Ik heb vrienden en familie. Er zijn genoeg mensen bij wie ik langs kan gaan of die mij willen bezoeken. Maandag ben ik jarig en als ik wil, zou ik een woonkamer vol visite kunnen hebben. Ik hoef dus helemaal niet eenzaam te zijn, maar dat ben ik wel. Is het een bewuste keuze? Doe ik het mijzelf aan? Ik heb erover nagedacht en hier het resultaat:

Ik heb al vaker gezegd dat schizofrenie een kutziekte is. En kut is eigenlijk nog te zwak uitgedrukt, maar ik durf geen ergere scheldwoorden te schrijven (hoewel ik er genoeg ken!), dus ik hou het bij kut. Vaak realiseer ik mij niet eens hoe diep de schizofrenie is doorgedrongen in mijn dagelijks leven en hoe erg het mijn leven bepaald. Misschien moet je dat ook niet willen beseffen, maar doordat ik veel over schizofrenie schrijf en nadenk, komt dat besef steeds meer. Vanochtend tijdens het wandelen met Meike had ik weer een eureka moment. Ik wist ineens waarom ik eenzaam ben.

Ik word ziek van gezelschap. Dat heeft iedereen wel eens, met name als je irritante schoonmoeder langskomt of je buurman loopt te etteren. Maar ik word ook ziek van leuke en lieve mensen. Misschien is ziek niet echt het goede woord, misschien is het beter om te zeggen dat ik er in de war van raak.

Het is eigenlijk heel simpel. Om te voorkomen dat mijn hersens van de kaart raken, is het het best om zo min mogelijk prikkels binnen te krijgen. Sociale contacten zijn prikkels (en vaak ook nog hele ingewikkelde prikkels) en daar moet ik dus van weg blijven. Maar ook weer niet teveel, want net zoals iedereen heb ik ook gezelschap nodig om niet in een depressie te schieten. Het is dus een zoektocht naar evenwicht én de juiste contacten.

Het is een eeuwig dilemma. Alleen blijven en genieten van de rust en van het feit dat mijn hersenpan niet over de kook raakt? Of de gezelligheid opzoeken, lol maken met anderen en lekker bijkletsen, met als gevolg dat ik de dagen erna in de war en ziek ben?
Ik kies er meestal voor om alleen te blijven, maar soms ga ik wel de uitdaging aan. Ik heb genoeg mensen om mij heen die zó leuk en gezellig zijn, dat ik de gevolgen van het samenzijn voor lief neem. Maar altijd moet ik een afweging maken.

Veel mensen willen mij helpen en ik wijs bijna iedereen af. Veel mensen willen langskomen, maar mijn voordeur blijft hermetisch afgesloten. Ik accepteer alleen hulp, als het als doel heeft dat ik er zelfstandiger en meer onafhankelijk van wordt.
Ik denk niet dat het een keus is om eenzaam te zijn. Ik denk dat het de enige manier is om mijn ziekte de baas te blijven.

De oplossing voor eenzaamheid is in mijn geval dus geen gezelschap en hordes mensen om mij heen, want daarvan zal ik achteruit gaan, in plaats van vooruit. Wat de oplossing wel is, dat weet ik ook niet precies. Daar moeten de geleerden zich maar eens over buigen. De egoïstische maatschappij de schuld geven van eenzaamheid bij mensen met een psychiatrische aandoening is te makkelijk, vind ik.
Bij mij is de eenzaamheid niet de schuld van mijn omgeving of de maatschappij, maar de schuld van die lelijke en rottige Meneer schizofrenie.

Ik weet trouwens wél een oplossing tegen de eenzaamheid: Mijn lieve, kleine, gekke hondje!!!