Expeditie JUMBO

Over een week ga ik naar de Alpen! De afgelopen weken ben ik druk bezig met de voorbereiding. Natuurlijk kan zo’n voorbereiding ook in een paar dagen, maar waarom zou ik mijzelf wekenlange voorpret ontnemen door pas op het laatste moment mijn rugzak in te pakken?

Tijdens mijn trektochten kom ik zelden een supermarkt tegen en ik hou er niet van om in een drukke berghut te eten, daarom sleep ik mijn eigen eten mee.
Van te voren maak ik lijsten met wat en hoeveel ik wil eten, dat is ook onderdeel van de voorpret. Wat de pret alleen een beetje drukt, is dat ik naar de supermarkt moet om het te halen…

Boodschappen doen is voor mij altijd al een uitdaging geweest. Een supermarkt is niet de beste omgeving voor iemand waarvan de hersens nogal gevoelig zijn voor prikkels. Veel mensen hebben het niet door, maar in de winkel worden je chronisch aangesproken door producten, reclames, zegelacties en nog meer reclames. Tel daar nog het personeel, winkelende mensen, schreeuwende kinderen en stuurloze winkelwagens bij op en de chaos in mijn hoofd is compleet nog voor ik bij het brood ben.

Ik doe meestal één keer per week boodschappen. Ik koop altijd dezelfde producten en loop een vaste route. Ik reken af bij dezelfde kassa af en sta meestal met 13 minuten weer buiten. Dan snel naar huis en daar plof ik op de bank en heb ik de rest van de dag nodig om bij te komen.
Bergbeklimmen is zwaar? Echt niet! Boodschappen doen, dat is pas echt afzien!

De route voor de Alpen is af en ik ben vol vertrouwen dat ik daar een hele fijne tocht ga maken, maar eerst moet ik die boodschappen doen. Ik moet trektochtvoer inslaan.
Trektochtvoer bestaat uit producten die meer dan 500 kcal per 100 gram bevatten. Vergeet fruit en groente! Denk aan chocola, noten, droge worst en allerlei soorten koekjes. In de bergen eet ik bijna alleen maar dingen waarvan je in het normale leven dik wordt. In de bergen kan dat, want daar verbrand ik ruim 3000 kcal per dag.

Ik moet afwijken van mijn vaste route in de supermarkt. Ik moet spullen kopen die ik normaal niet in mijn karretje smijt. Ik moet zoeken in de schappen en etiketten lezen. Ik zal niet na 13 minuten weer buiten staan. Ik moet een plan maken, bedenken hoe ik dit ga overleven. Ik moet het op de juiste manier aanpakken. Dit is: Expeditie JUMBO.

Ik trek mijn bergschoenen aan en doe mijn rugzak om. Ik overweeg ook mijn stijgijzers en ijsbijl mee te nemen, maar ik ben bang dat een bezorgde dorpsbewoner dan de GGZ belt, dus besluit deze thuis te laten. Ik zeg Meike gedag en loop naar mijn gevreesde supermarkt. Voor de supermarkt spreek ik mijzelf moed in: “Kom op Bos, je kan het!”
Ik loop de supermarkt in en screen mijn route. Veel mensen, maar niet zoveel dat er kans is op steenslag. Het weer is stabiel. De route lijkt vrij van obstakels op hier en daar een kind en winkelwagen na. Mijn benen voelen goed, mijn boodschappenlijstje heb ik bij de hand.
Ik pak een winkelwagentje: Expeditie JUMBO is begonnen!

Het ene na het andere pakje en zakje landt in mijn karretje. Acht droge worsten. Acht pakjes (helaas ook droge) ontbijtcrackers. Een tube chocopasta om de droge crackers eetbaar te maken. Acht repen chocola (witte, bruine en met noten, want je moet gevarieerd eten) en een zak met Snickers en Marsen. Zakken noten gooi ik er ook nog bij.
Voor het avondeten ren ik naar de couscous en gooi acht pakjes in mijn karretje. Dan naar de koekjes. Wat ik pak maakt niet uit, als het maar apart verpakt is en een klein formaat. Ik grijp ook nog wat mueslirepen uit het schap, een stuk of acht, en ren dan naar de kassa. Daar gooi ik voor een week aan trektochtvoer op de lopende band.

Ik ben trots op mijn oogst, een grote berg met allemaal dingen waar je dik van wordt. Ik ben wel bang wat de caissière zal denken van mijn dieet, daarom zet ik mijn bergbeklimmers-blik op, zodat ze begrijpt waar het voor is.

Dan sta ik buiten, mijn rugzak gevuld met eten. Ik pak mijn kompas om te kijken waar ik ben. (Onze JUMBO heeft 2 uitgangen en ik ben altijd zodanig gedesoriënteerde na het boodschappen doen, dat ik niet meer weet waar ik binnen ben gekomen). Moe van de expeditie zoek ik mijn weg naar huis. Ook dat is lastig, want vind je weg maar eens langs al die huizen en straatjes. In bergen is de weg zoeken gemakkelijk, de top of col die je moet beklimmen kun je meestal gewoon zien vanuit uit dal. In het dorp is het anders en voor mij veel ingewikkelder.
Maar na 350 meter lopen kom ik thuis. Moe, metaal uitgeput, maar voldaan.

Volgende week ga ik op trektocht. Gewoon lekker bergwandelen, met hier en daar een rivier, sneeuwveldje, colletje of topje. Dat kan ik!
Een week bergje op, bergje af, is appeltje eitje als je het vergelijkt met boodschappen doen.

Boodschappen doen is echt moeilijk, maar ik kan u met trots mededelen dat ‘expeditie JUMBO’ ook dit keer weer met succes is volbracht!

 

5 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *