De psychiatrie voorbij

De zomer is voorbij. Als ik ’s ochtends mijn hardlooprondje met mijn hond Meike ren, fietsen kinderen langs op weg naar school en razen auto’s voorbij, haastig op weg naar hun werk. Het leven van werk, school en studie is weer begonnen, maar niet voor mij.

Tot voor kort vond ik dit altijd een moeilijke periode. Iedereen is weer druk met allerlei dingen. Vriendinnen beginnen met een nieuwe studie of baan en dan realiseer ik mij des te meer dat mijn saaie, rustige leven maar weinig voorstelt wanneer je het vergelijkt met al die drukke en belangrijke mensen om mij heen.

Dit jaar heb ik daar helemaal geen last van. Ik weet niet waarom, maar de laatste tijd ben ik best blij met hoe mijn dagen zijn en heb ik steeds minder de behoefte om ook wat te betekenen voor de maatschappij. Ik voel mij steeds minder schuldig dat ik niets doe, terwijl anderen werken. Ik vind het niet meer erg dat ik leef van een uitkering, terwijl anderen moeten zwoegen voor hun geld.

Toch blijft dat knagende gevoel. Moet ik niet iets nuttigs doen? Zal ik toch weer proberen om een paar uur per week te werken? Of vrijwilligerswerk doen, zoiets. Is het niet lui en laf dat ik hele dagen thuis ben en alleen op pad ga om te rennen en wandelen met de hond?
En sociaal gezien stelt het ook allemaal niet zoveel voor. Moet ik niet eens gaan nadenken over een partner, of kinderen? Ik bedoel, ik ben bijna dertig en als ik normaal zou zijn, zou ik mij zo langzaam aan toch ernstig zorgen moeten maken of het niet tijd wordt om een gezin te stichten.

Maar godzijdank ben ik niet normaal!
Van mijn elfde tot mijn vijfentwintigste was mijn leven een achtbaan van psychoses, depressies, opnames, pillen en psychiaters. Nu is dat gelukkig niet meer en daar geniet ik elke dag van.
Het feit dat ik ’s ochtends in mijn eigen huis opsta, maakt mij al intens gelukkig. En dat ik zelf mag bepalen hoe ik mijn dagen invul, welke pillen ik slik en dat niemand zich daarmee hoeft te bemoeien, is voor mij goud waard. Het heeft een tijd geduurd, maar de laatste tijd heb ik meer dan ooit het gevoel dat het mij gelukt is om baas te zijn over mijn eigen leven. Misschien voel ik me daarom zo goed.

Ik lees mijn boek zo af en toe, dan besef ik weer wat ik allemaal heb meegemaakt en wat een mazzelpik ik ben dat ik het nu allemaal op orde heb. Dat gun ik iedereen die schizofrenie heeft.
Eigenlijk moet ik mij inzetten voor de psychiatrie, de barricade op om te strijden voor een betere kwaliteit van leven voor mensen met dezelfde ziekte als ik. Ik moet de psychiatrie dwingen mijn boek te lezen, zodat zij er van kunnen leren. Ik moet lezingen geven in ziekenhuizen, ervaringsdeskundige worden en zorgen dat het beter wordt.

Poeh, als ik dit schrijf, krijg ik al stress. Alleen al het idee om een missie te hebben, de deur uit te moeten en mijn rustige leven op te geven, geeft zoveel onrust in mijn kop dat extra pillen noodzakelijk zijn. Om nog maar niet te spreken over de trauma’s die weer boven komen drijven bij de gedachte dat ik weer met de psychiatrie te maken krijg.

Nu ik mij zo lekker voel, vergeet ik soms dat ik schizofrenie heb, maar zodra ik het druk krijg, slaat de ziekte weer genadeloos toe. Dus ik blijf lekker niets doen. Mijn enige taak is om de schizofrenie onder controle te houden, zodat ik het zelfstandige leven dat ik nu heb, kan behouden. Verder niets..

Verder niets? Natuurlijk wel!
Ik moet lol maken, in de plassen stampen, stoeien met mijn hond.
En veel eten, lekkere broodjes halen voor de lunch, koekjes bakken voor vanavond.
Ik moet, als het lukt, naar de sportschool en daar genieten van de lessen en de muziek.
Ik moet middagtukjes maken, zoveel mogelijk in de zon zitten en lekker vroeg naar bed.
Ik moet vakantieplannen maken, binnenkort eens uit eten met vriendinnen en zussendagjes plannen.

Tjonge, ik ben eigenlijk best wel druk! Het is keihard werken om gelukkig te zijn. Maar ik kan dat!

21 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *