Dagboekfragmenten uit de separeer

De separeer is een prikkelarme ruimte waar je niets kan. Die van mij was ongeveer vier bij zes meter, had een hoog plafond en twee grote deuren met een klein raampje erin. Aan het plafond hangt een camera. In een hoek staat een kartonnen po en een bekertje water. In het midden ligt een matras met een speciale deken die je niet kapot kan maken. In de separeer moeten je eigen kleren uit en krijg je een separeerhemd aan. Het licht in de separeer blijft altijd aan, ook ’s nachts. Er is een raam, maar dat kan niet open. Vlak achter het raam staat een hoge heg dus je kan niets zien buiten. In totaal heb ik  ongeveer drie weken in de separeer gezeten.

Dagboekfragment 23 februari 2010:

“Ik kan niet slapen, ik krijg het maar niet uit mijn hoofd. Ik heb al extra Xanax genomen maar het helpt niet dus ik schrijf het hier maar op, misschien helpt dat. Ik moet steeds denken aan die nacht dat die man werd gesepareerd. Het was midden in de nacht en ik hoorde in de andere separeer lawaai. Ik keek door het raampje en zag dat een nachtverpleegkundige bezig was de andere separeer schoon te maken. Ik vroeg door het raampje in de deur wat er aan de hand was. Ze zei “niets, ga maar weer slapen”. Ik vroeg of er een nieuwe kwam en ze zei ja, maar het zou nog wel even duren. Ik ging weer op de grond zitten en probeerde te slapen. En toen gebeurde het, heel veel lawaai op de gang. Ik keek weer door het raampje maar dat deden ze snel dicht. Toch had ik de politie, ambulancebroeders en een brancard met de man erop al gezien. En ik hoorde alles! Ik hoorde de mensen hem overdragen. De man had een zelfmoordpoging gedaan en was dronken en agressief. Ik hoorde hoe ze hem probeerden uit te kleden en hoe hij tegenstribbelde. Ik hoorde hoe hij begon te jammeren en huilen. Dat gehuil was vreselijk om te horen en zal ik nooit vergeten. Ik vond die man zo zielig, ik heb nog naar hem geroepen om te zeggen dat het hier niet zo erg is, maar hij reageerde niet. Ik heb die nacht niet meer geslapen. De volgende morgen werd de man weer met de ambulance opgehaald en overgeplaatst naar een ander ziekenhuis. Ik mocht even naar de afdeling, maar ik wilde alleen nog maar weg. Ik probeerde over het hek te klimmen. Toen moest ik weer de separeer in en kreeg ik een spuit. En toen kon ik slapen.”

Dagboekfragment 28 februari 2010:

“Weet je waar ik zo pisnijdig om ben? Om die keer dat ze voor mij op de pieper drukten. Ik moest weer de separeer in, maar ik was het helemaal zat. Elke keer erin en eruit, dat gehannes en dat gedoe aan mijn lijf. Laat me met rust! Maar zoals elke keer moest ik me ook nu weer uitkleden. Alles moet uit, mijn oorbellen, mijn haarelastiekje en ook mijn onderbroek. Meestal werk ik braaf mee, maar mijn onderbroek wilde ik nu echt niet afgeven. Ik had die dag last van afscheiding en vind het dan zo vies om geen onderbroek aan te hebben. Waarom moesten ze hem eigenlijk hebben? Ik ga mezelf echt niet pijn doen of doodmaken met een vuile onderbroek. Zou trouwens ook niet weten hoe. Maar ze bleven erom vragen, en het antwoord bleef NEE! En toen drukten ze op de pieper… Ik ken dat ding natuurlijk, maar ze hadden er voor mij nog nooit op gedrukt. Ik was niet agressief, had ze niet aangeraakt en niet eens gescholden. Ik wilde alleen mijn onderbroek aanhouden. En toch drukten ze op de pieper! Het alarm ging af en binnen no time kwamen er mensen de separeer in rennen. Ik werd op mijn buik tegen de grond gedrukt. Met z’n allen trokken ze mijn onderbroek uit. Ze bleven mij vasthouden en even later gaf iemand me ook nog een prik in mijn reet met geen idee wat voor sederende troep. Toen gingen ze weg, maar niet gewoon weg, nee, één voor één. Eerst lieten twee man mijn benen los en renden naar de deur, toen mijn romp, daarna mijn armen enz. enz. Zoals ze op Discovery Channel een krokodil vrijlaten, zo lieten ze mij nu los. En ik deed nog steeds niets, ik lag op de grond, helemaal naakt en bleef daar maar liggen, wat moest ik anders? Door alle paniek is er die avond niemand op het idee gekomen om mij nog een separeerhemd te brengen, dus de rest van de nacht had ik niets aan….”

Dagboekfragment 4 mei 2010:

“Ik heb steeds meer last van allerlei herinneringen en gedachtes over dingen die gebeurd zijn tijdens de opname, en vooral in de separeer. Ik heb er steeds meer moeite mee dat ik daar gezeten heb, veel meer dan toen ik er inzat. Toen was ik zo in de war en kreeg ik er niet veel van mee. Wat me het meeste dwars zit, is dat ik toen te ziek was om mezelf te beschermen, ik liet alles gewoon gebeuren. Dat had ik niet moeten doen. Had ik al verteld van de rechtszaak? De tweede keer dat er een IBS was aangevraagd, was er weer een rechtszaak. Dit keer wist ik wat ik kon verwachten en had ik me goed voorbereid. Gevraagd of ik van tevoren mocht douchen en bedacht wat ik wilde zeggen. De rechtszaak ging goed, de rechter maakte zelfs een opmerking naar de psychiater over dat de IBS aanvraag niet netjes was verlopen en dat hij moest meewerken aan een vrijwillige opname. Mijn IBS werd niet verlengd! Ik kreeg een compliment van mijn advocaat, die zei dat ik het goed gedaan had! Maar vlak nadat mama, de rechter, de griffier en mijn advocaat weg waren zei de psychiater dat ik weer de separeer in moest. Ik zei dat ik dat niet wilde. De psychiater zei dat ik moest, en als ik niet vrijwillig zou gaan, zou hij meteen weer een IBS aanvragen. Dat betekende weer een gedwongen opname en weer een rechtszaak. Ik wist niet wat ik moest doen, maar ik deed wat hij vroeg en ging zonder slag of stoot de separeer weer in. Dit keer niet gedwongen, maar “vrijwillig”. Ik ben hier zo boos om! Ik had moeten zeggen: “Doe maar hufter, heb het lef maar, vraag die IBS maar aan!”. Dan had hij zo ontzettend voor lul gestaan bij de nieuwe rechtszaak, de rechter zou hem weer ter verantwoording roepen en ook de IBS zou niet verlengd worden. Maar ik deed niets…. helemaal niets! Ik ging gewoon weer dat stomme kut hok in. Ik haat mezelf hierom!”

Ik ben meerdere keren opgenomen geweest, maar alleen in Heerenveen gesepareerd. Opvallend is dat op sommige afdelingen zelden of nooit gebruik wordt gemaakt van de separeer, terwijl het op andere afdelingen veelvuldig en langdurig wordt toegepast. Separeren gebeurt dus niet altijd uit noodzaak, maar ook uit gewoonte of bij gebrek aan alternatieven. Mijn wens is dat er een dag komt dat geen enkele patiënt meer bang hoeft te zijn om in de separeer te belanden.

beer met tekst

 

 

7 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *